|
Poëzie
|
|
|
|
Dank voor je brief, het gaat iets beter
met tekeningen van Frank Koenegracht
Nieuw Amsterdam 2007
ISBN 90 468 0135 2
Een briefwisseling op rijm met de dichter Frank Koenegracht. Hoe gallisch deze rijmbrieven soms ook zijn - met onderwerpen als dood en verval, hypotheken, hersencellen, niet roken, seks, betere mannen, de lul van Frank en Zweedse fabrikanten - ze werden geschreven voor de lol. En de kern is altijd de vriendschap, een vriendschap die zelfs de zwaarste hypochonder doet zingen. “De rijmbrieven zijn soms flauw, soms ontroerend en soms onbekommerd vunzig, vooral de brief waarin Kuyper iets beschrijft wat je het beste een vijver-orgie kunt noemen. Hij vergrijpt zich aan de waterlelie, salamanders, libellen en zo meer: ‘Alleen met de pad/heb ik nooit iets gehad.’” - NRC
|
|
 |
|
|
|
|
|
Het lied dat mijn moeder zong
L.J. Veen 2003
ISBN 90 204 0615 9
|
|
 |
|
|
|
 |
|
In de uilevlucht
met tekeningen van Dirck Nab
Ekspress.zo 1996
ISBN 90 74719 22 8
|
|
 |
|
|
|
 |
|
Zeepziederij De Adelaar
L.J. Veen 1994
ISBN 90 254 0933 4
|
|
 |
|
|
|
 |
|
Nachtkind
L.J. Veen 1992
ISBN 90 254 0431 6
|
|
 |
|
|
|
 |
|
Zoete deuren
met linosneden van Luc van der Put
Zeeuws Kunstenaarscentrum 1988
ISBN 90 6354 044 2
|
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
Een reisgenoot
De Bezige Bij 1985
ISBN 90 234 4614 3
|
|
 |
|
|
|
 |
|
De rode brief
Hein Elferink 1985
ISBN 90 7068 026 2
|
|
 |
|
|
|
 |
|
Morgen worden we gelukkig
Hein Elferink 1985
ISBN 90 7068 021 1
|
|
 |
|
|
|
 |
|
Ratten & flamingo’s
De Bezige Bij 1982
ISBN 90 234 4578 3
|
|
 |
|
|
|
 |
|
De dichter zingt
C.J. Aarts
ISBN 90 6187 046 1
|
|
 |
|
|
|
 |
|
Dagen uit het leven
De Bezige Bij 1977
ISBN 90 234 4506 6
|
|
 |
|
|
|
 |
|
Handboek Voor Overleden Knaagdieren
De Bezige Bij 1975
ISBN 90 234 4477 9
|
|
 |
|
|
|
 |
|
Mooie gedichten
C.J. Aarts 1973
ISBN 90 6187 026 7
|
|
 |
|
|
|
 |
|
Ik herinner mij Klaas Kristiaan
De Bezige Bij 1974
ISBN 90 234 4457 4
|
|
 |
|
|
|
 |
|
Proza
|
|
|
|
De weg naar Bergen
Uitgeverij 521 2004
ISBN 90 76927 82 0
Op 1 juli 1997 verhuisde Sjoerd Kuyper met zijn gezin van Bakkum naar Bergen: “Ik heb altijd beweerd dat ik oud wilde worden te Bakkum. Nou, dat is gelukt. Nu wil ik er weg.” In brieven aan vrienden deed hij verslag van de vreugde en de ellende die met de verhuizing gepaard gingen: het verlangen naar de Heerlijkheid, nachtelijk gepieker over geld, een uitbarsting van netelroos, de perfect getimede toekenning van een Gouden Griffel, de route naar het nieuwe huis - de mooiste weg naar Bergen. ‘De weg naar Bergen’ bevat een keuze uit deze brieven.
|
|
 |
|
|
|
 |
|
Hoofden uit de mist
L.J. Veen 2004
ISBN 90 204 0261 7
Sjoerd Kuyper windt zich op over recensenten en professoren die de jeugdliteratuur alleen nog maar langs de literaire meetlat leggen. Hij vindt dat er maar één criterium is: kinderen moeten plezier beleven aan boeken. Volgens hem trekken vele collega-schrijvers zich te weinig aan van hun publiek en schrijven ze alleen voor zichzelf. “Kan een timmerman alleen voor zichzelf timmeren? Ik zou niet graag een stoel kopen die een timmerman voor zichzelf getimmerd heeft. Misschien is die timmerman wel een kabouter - dan pas ik helemaal niet in die stoel.” Zo luidt zijn commentaar in karakteristieke stijl Voor dit boek verzamelde kuyper teksten die hij heeft gepubliceerd in tijdstrijften als Literatuur zonder leeftijd, Schrijven en Raster. Hij voegde er een keuze uit zijn brieven aan kinderen aan toe. Beginnende schrijvers zullen er nuttige adviezen in vinden, want hoewel Kuyper zelf vooral op intu tie werkt, schrijft hij in zijn voorwoord: “Een vermoeden van hoe het moet heb ik wel. Dat wordt steeds sterker. En mijn vermoeden hoe het niet moet wordt steeds grimmiger... Hoofden uit de mist!”
|
|
 |
|
|
|
 |
|
Het Zand
De Bezige Bij 1987
ISBN 90 234 30 26 3
De hoofdpersonen in deze verhalen zijn nog jong, maar zien zich toch al gewongen af te dalen in hun verleden, op zoek naar gebeurtenissen die hun heden vorm kunnen geven en hun toekomst bepalen. Zo belanden zij soms zelfs in de tijd vóór hun geboorte en ontmoeten daar mensen van wie zij het bestaan vergeten waren of niet eens vermoedden. “Maar natuurlijk, lieverd,” zegt de oude vrouw Quintana in het verhaal ‘Het Huis aan de Overkant’: “Natuurlijk kun je terug. Alleen je moet nog verder terug, veel verder dan je nu bent. Veel verder dan je ooit geweest bent. Loop maar vooruit, dan kom je wel terug. Loop maar terug, dan kom je wel vooruit. Als je maar nooit op hetzelfde punt blijft staan...”
|
|
 |
|
|
|
 |
|
De glazen kamer
De Bezige Bij 1979
ISBN 90 234 0685 0
Het werk van Sjoerd Kuyper kenmerkt zich door een verrassend planmatige opbouw. Na drie bundels poëzie schreef hij een prozaboek over poëzie, en deze zeven verhalen omvattende bundel ‘De glazen kamer’ bevat zijn eerste echte proza. Het boek vormt een gesloten eenheid, een cirkel. Van de realiteit, een verjaardag in de betere milieus, naar de realiteit, Hennie Kuiper die de Tour de France lijkt te gaan winnen, maar wat zich verder in deze verhalen afspeelt grenst aan het fantastische: een papieren moord, een zilveren man in Parijs, science fiction in Zuid-Duitsland - droom en fantasie in voortdurende strijd met de werkelijkheid. En nooit is er zekerheid over wie winnen zal. Het zijn niet de vrolijkste kanten van het leven die Sjoerd Kuper in zijn verhalen tot onderwerp gekozen heeft, maar zeker sterk intrigerende.
|
|
 |
|
|
|
 |
|
Een kleine jongen en z’n beer
De Bezige Bij 1978
ISBN 90 234 0642 7
“Waarheid interesseert me niet, het gaat me om de schoonheid; wie de waarheid zoekt, graaft zijn eigen graf, wie schoonheid zoekt beschrijft zijn hemel.” Een bekende uitspraak van de dichter Sjoerd Kuyper, die hij in zijn prozadebuut ‘Een kleine jongen en z’n beer’ alle eer aan doet. Het is een boek vol meeslepende tegenstrijdigheden. In brieven en dagboekfragmenten vertelt Kuyper onomwonden over wat een dichter bewegen kan in de jaren zeventig van de twintigste eeuw nog poëzie te vervaardigen, geeft adviezen aan jonge dichters, maakt collega’s moeiteloos af, en belijdt daarnaast zijn liefde voor zijn vrienden, zijn helden, n de poëzie zelf.
|
|
 |
|
|
|
 |
|
Interviews
|
|
|
|
Het nieuwe proza
met tekeningen van Siegfried Woldhek
Athenaeum/Loeb 1978
ISBN 90 2536 519 1
Johan Diepstraten en Sjoerd Kuyper interviewden de belangrijkste jonge schrijvers van dit moment: Ben Borgart, Ast re Michel Dhondt, Louis Ferron, Maarten ‘t Hart, Joyce & Co, Theo Kars, Dirk Ayelt Kooiman, Guus Luijters, Doeschka Meijsing, Hans Plomp, Jan Siebelink en Hans Vervoort. Met slechts twee wapens wierpen de interviewers zich in de strijd: een grote liefde voor de literatuur n fatsoen. Géén opgeklopte verhalen over de verpieterde jeugd in de Koude Oorlog, geen literaire vetes of roddels - niets van dat al. Dit boek bevat bijzonder spannende verhalen over het schrijven zelf. Het gaat Diepstraten en Kuyper niet om de mens achter maar om de mens tijdens het werk. Hoewel er uiteraard om de zoveel jaar een nieuwe ‘stroming’ of ‘beweging’ uitgevonden wordt, hebben de interviewers gemeend zich daarvan niets aan te moeten trekken en zijn zij uitsluitend afgegaan op de individuele inbreng die elk van de opgenomen schrijvers, naar hun mening, binnen de moderne Nederlandse literatuur heeft. Elk interview wordt aangevuld met een uitvoerige bibliografie n verlucht met een schitterend portret van Siegfried (Vrij Nederland) Woldhek.
|
|
 |
|
|
|
 |
|
Dichters
met tekeningen van Siegfried Woldhek
De Bezige Bij 1980
ISBN 90 234 1532 9
In dit vervolg op ‘Het nieuwe proza’ komen de volgende dichters aan het woord: H.H. ter Balkt, Arie van den Berg, Hayeshvara Das, Hans Dorrestijn, Jacob Groot, Frank Koenegracht, Gerrit Komrij, Rutger Kopland, Jan Kuijper, Willem Jan Otten, Hans Tentije, Hans van de Waarsenburg en Willem Wilmink. In de verantwoording schrijven Johan Diepstraten en Sjoerd Kuyper: “Er is in de naoorlogse Nederlandse poëzie een aantal ‘bewegingen’ voorzien van een naam, en daarmee bijgezet in de literaire geschiedenis. Wij noemen de Vijftigers, de Nieuwe Stijl, Barbarber en de dichters rond Raster. De dertien voor dit boek ge nterviewde dichters hebben slechts gemeen dat zij, om welke reden dan ook, in geen enkele beweging zijn opgenomen. Wie het werk van en de interviews met de ondervraagde dichters leest en met elkaar vergelijkt, zal zien dat wij ook geen poging tot groepsvorming hebben gedaan. Van de vele tegengestelde stromingen die er binnen onze huidige poëzie bestaan hebben wij de, naar onze mening, meest begaafde vertegenwoordigers verzocht een gesprek met ons te hebben. Van die gesprekken is dit boek het verslag.”
|
|
 |
|
|
|
 |